vrijdag, maart 07, 2008

Over Sigmund Freud (1856-1939)

Naar aanleiding van de 150e geboortedag van Sigmund Freud (6 mei 2006) schreef ik een stukje over hem voor het faculteitsblad Perscpectief dat in juni 2006 verscheen. Ik kan het blad online niet meer terugvinden en zet het daarom hieronder nog eens neer.


Schokkend simpel

Op dit moment zendt Veronica voor het vijfde achtereenvolgende jaar op primetime de serie “Temptation Island” uit, een programma dat draait om seks, (onderhuidse) spanningen, en conflicten. Sappige thema’s, waarvoor altijd wel een geïnteresseerd publiek is te vinden. Veel TV-programma’s proberen op die manier op onze preoccupaties in te spelen, waartoe ook religie, humor, en alledaagse beslommeringen behoren. Dat dit soort primitieve of zelfs ‘barbaarse’ elementen een belangrijke rol spelen in ons bestaan mag misschien heel voor de hand liggend klinken, maar dat komt alleen maar omdat onze samenleving met het idee doordrenkt is geraakt. We hebben dat te danken aan het werk van één man: Sigmund Freud. Freud is degene die ervoor heeft gezorgd dat we nooit meer neutraal naar een verspreking kunnen luisteren, of iets zomaar kunnen verliezen of vergeten. Om een voorbeeld te noemen (Freud bespreekt het zelf in Zur Psychopathologie des Alltagslebens): het op straat heen en weer lopen om een tegemoetkomende voetganger te ontwijken, waarbij de ander steeds zo uitwijkt dat je tegenover elkaar blijft staan (en wie gebeurt dit nou niet zo nu en dan?), dat is geen toeval maar een gemaskeerde uiting van een erotisch doel. Freud’s visie is schokkend simpel: al onze maniertjes en verontschuldigingen komen voort uit een en hetzelfde motief, namelijk het conflict tussen primitieve (seksuele) lusten en de wurgende rol van de maatschappij. Dat kan natuurlijk nooit goed gaan; gevolgen zijn volgens Freud dan ook onder andere kwalijke zaken als oorlog en religie.

Het klinkt bizar, eenvoudig, en verleidelijk, maar is het ook waar? Op die vraag is geen zinnig antwoord te geven. Freud baseerde zijn uitspraken op de cliënten die zijn praktijk bezochten, en op antropologische en archeologische studies. Kom daar vandaag de dag maar eens mee weg in de wereld van de wetenschap. Het grootste probleem is dat het vrijwel altijd om achteraf verklaringen van gedrag gaat, waarvan de waarheid niet te controleren is. Freud staat daar niet alleen in: ook moderne disciplines als evolutionaire psychologie en psychobiologie hebben eronder te lijden. Het bijzondere aan Freud is dat zijn ideeën zeer snel algemeen bekend en populair geworden zijn. Tot op de dag van vandaag geniet Freud daarom de twijfelachtige eer zo’n beetje de bekendste psycholoog te zijn bij het grote publiek—voor zover dat publiek in staat is om überhaupt meer dan één beroemde psycholoog te noemen.

Freud zal zelf ook wel een beetje overvallen zijn door zijn bekendheid. Elke biografie meldt dat hij pas het idee kreeg dat er iets speciaals aan de hand was toen hij op de boot naar Amerika een scheepsjongen een van zijn boeken zag lezen. Zelf raakte ik pas bewust van Freud’s bekendheid toen ik in het nummer Right Next Door to Hell van Guns n’ Roses de regel ‘Hell Freud might say that’s what I need’ hoorde.

Het aardige aan Freud is dat hij met zijn betrekkelijk eenvoudige model verbanden weet te leggen tussen de meest uiteenlopende zaken. Die verbanden zijn soms zo vergezocht dat het bijna lachwekkend wordt. Mijn favoriete voorbeeld is een kanjer van een voetnoot in Das Unbehagen der Kultur, waarin Freud omstandig uitlegt hoe de primitieve mens geleerd heeft om vuur onder controle te krijgen. De primitieve impuls was om het uit te plassen, wat op zichzelf een homoseksuele daad zou zijn aangezien omhoogschietende vlammen duidelijk fallisch van aard zijn. Het vuur de baas zijn staat dus gelijk aan het beheersen van de eigen driften. Dit geldt uiteraard alleen voor mannen, wat meteen de rol van de vrouw als ‘beschermer van het vuur’ verklaart. De verschillende anatomie van man en vrouw bepaalt zo in sterke mate hun lot (“Die Anatomie ist das Schicksal,” zegt Freud). Het vormt een sterk staaltje a-tot-z retoriek, maar de meedogenloos uitgewerkte redeneerlijn raakt altijd wel een gevoelige snaar (al werkt het hier meer op de lachspieren). Hans-Jürgen Eysenck noemt Freud “de grote verhaaltjesverteller”, en geef hem eens ongelijk. Je kunt dat echter zowel positief als negatief uitleggen. Freud’s betoog mag dan de wetenschappelijke voedingswaarde hebben van een bak popcorn, net als bij popcorn is er maar weinig waar je je makkelijker doorheen kunt bijten. En zodra het op is wil je meer.

In de wetenschappelijke psychologie genieten Freud’s theorieën weinig status. Beter nog is het eigenlijk om te concluderen dat Freud wel gewaardeerd wordt, maar verder vrijwel wordt genegeerd. Psychologen hadden en hebben een andere theoretische kijk op het functioneren van de mens. Wel is het leuk om te zien dat zo nu en dan een of meer hoekstenen uit Freud’s theorieën terugkomen in hedendaagse discussies. We zien Freud’s schaduw bijvoorbeeld in de discussie over de manier waarop ‘vergeten’ gebeurtenissen na jaren naar boven komen: gaat het hier om een repressiemechanisme of om rijke fantasie? Opeens komen neurowetenschappers met aanwijzingen voor het bestaan van een repressiemechanisme: precies zoals Freud het gewild zou hebben.

Psychoanalyse zal waarschijnlijk nooit populair worden in de psychologie, daarvoor staat het te ver af van het onderwerp van de wetenschappelijke psychologie. Freud’s bijdrage moet je dan ook niet bekijken in wetenschappelijk maar in maatschappelijk en sociaal opzicht. Psychologie mag dan wel veel te zeggen hebben over het hoe en waarom van ons gedrag, zodra we onszelf vragen stellen die er écht toe doen hebben we tenminste Freud om op terug te vallen.

dinsdag, februari 05, 2008

Sigmund Freud (1856-1939)

Om uiteenlopende redenen is Sigmund Freud in de volksmond de bekendste 'psycholoog'. Aanhalingstekens, want de wetenschappelijke psychologie heeft eigenlijk weinig tot niets met Freud te maken (gehad), en Freud beschouwde zichzelf ook helemaal niet als een psycholoog -- meer als een dokter. Toch spreekt de figuur tot de verbeelding. Op foto's staat Freud meestal als een chagrijnig man. Volgens zijn biograaf had hij simpel een hekel aan poseren voor een foto. Videobeelden laten zien dat Freud ook best wel kon lachen, maar er zijn maar weinig beelden te vinden. Hieronder staat een compilatie van alle videobeelden die er van Freud overgebleven zijn.

dinsdag, oktober 02, 2007

Sociale psychologie: de macht van anderen

Sociale psychologie is het onderdeel van de psychologie met de leukste en meest creatieve experimenten. Sommige daarvan zijn beroemd en/of berucht geworden, ook buiten de psychologie om. Milgram's experimenten naar gehoorzaamheid zijn daarvan een voorbeeld. Voor Milgram had Salomon Asch al gedemonstreerd hoe mensen onder druk van een groep iets anders kunnen beweren dan dat ze (duidelijk) zien. Asch experimenteerde met verschillende manieren waarop de groepsdruk een grotere of kleinere rol speelde in wat proefpersonen rapporteerden. Onderstaande video geeft een mooi overzicht van een aantal varianten.
Vraag: zou je je zelf zo laten misleiden in een psychologisch experiment, of zou je daar niet intrappen?

Clive Wearing: de man zonder geheugen

Een belangrijk onderdeel van de psychologie vormen individuele 'afwijkende' gevallen. Als het gaat om geheugen zijn dat zowel mensen met een uitzonderlijk goed geheugen (zoals eerder besproken) als mensen met meer of minder geheugenverlies. Anterogade amnesie (het vermogen om nieuwe herinneringen te vormen) is een vorm van geheugenverlies, waarvan een aantal gevallen uitgebreid in de literatuur worden beschreven. Een van die gevallen is Clive Wearing. Ik heb een stukje uit een BBC-documentaire geknipt waarin Clive's geheugenverlies goed naar voren komt.

dinsdag, september 18, 2007

Heeft angst invloed op onze tijdswaarneming?

Er zijn veel anekdotes over de manier waarop 'de tijd even leek stil te staan' op een bepaald heftig emotioneel moment (bijvoorbeeld tijdens een auto-ongeval). Omdat je mensen niet gecontroleerd in zo'n situatie kunt plaatsen is het best lastig om te onderzoeken of onze waarneming van tijd flexibel is, dat wil zeggen afhankelijk van bijvoorbeeld de hoeveelheid adrenaline in ons bloed (die komt vrij tijdens heftige momenten). Hier een video over een interessant experiment waarin het toch wordt geprobeerd. (Via CognitiveDaily).



De vraag is natuurlijk: wordt de waarneming van tijd in dit experiment op een goede manier gemeten? Zou het beter/accurater kunnen?

maandag, september 10, 2007

Mnemonic wizards: geheugenpsychologie goes extreme

Een stukje over de 'Memoriad', een jaarlijks evenement waar mensen strijden om het beste geheugen. Er komen tips langs van de experts over de manier waarop je verschillende strategieën kunt gebruiken om net zo goed te worden als zij. Elaboratie en het koppelen van informatie aan iets dat je persoonlijk al goed kent zijn daarbij het belangrijkst. In principe kan iedereen het leren.

dinsdag, september 04, 2007

Het FLMP-model van Massaro: deel 2

Een vervolg op deel 1. Ik was bezig met Massaro's FLMP (Fuzzy Logical Model of Perception) model, en het testen van dat model. Massaro voerde zijn experiment uit met 11 studenten als proefpersonen. In de resultaten wordt naar vier mogelijkheden gekeken: woorden die alleen met een e kunnen, alleen met een c, zowel met een e als met een c, of noch met een e noch met een c. In de grafiek hieronder heb ik de resultaten neergezet, waarbij ik een van de vier situaties heb weggelaten omdat die precies gelijk is aan de 'zowel c als e'-situatie.


In de grafiek staat op de y-as de 'kans op een e-respons', oftewel de kans dat iemand een e zegt te zien. Op de x-as staat hoe duidelijk er sprake was van een e in het getoonde woord (bij 1 stond er overduidelijk geen e, bij 6 overduidelijk wel).
De getekende verbindingslijnen zijn geen echte data van de studenten, het zijn uitkomsten uit een berekening. Het leuke is dat de berekening heel goed overeenkomt met de 'echte' uitkomsten. In het psychologieboek dat ik gebruik (John Anderson's Cognitive Psychology and its Implications) staat een formule afgedrukt. Voor een bepaalde stimuluswaarde (op de x-as) moet je daarmee de kans (op de y-as) kunnen berekenen. De formule is zo opgesteld dat de stimuluswaarde en de context los van elkaar beschouwd worden. Het gaat uit van de Bayesiaanse theorie van statistische inferentie (een pittig onderwerp). Ik noem dit alles omdat ik de nette grafiek die in het boek stond wilde namaken in Excel. Dat lukte voor geen meter, de curves weken sterk af van wat er uit zou moeten komen volgens het boek. Uiteindelijk heb ik het artikel van Massaro uit 1978 erbij gehaald. Het bleek dat Anderson op zich wel gelijk heeft met de formule, maar dat de zaken toch iets ingewikkelder liggen. In het model van Massaro wordt bijvoorbeeld onderscheid gemaakt tussen de context van een letter waarbij een woord wordt gevormd en context waarbij geen woord wordt gevormd (in Anderson's formule is er gewoon 1 variabele 'context'). Daarnaast heeft Massaro heel zorgvuldig precieze waarden gekozen voor elk van de zes 'stimuluswaarden'. Die moet je wel weten, anders kun je ze niet in de formule invullen (dat kiezen van waarden wordt ook wel 'model fitting' genoemd). Excel gaf me uiteindelijk de uitkomsten die ik zocht (en zo staan ze ook in het plaatje hierboven).
Al met al is me (niet voor het eerst) opgevallen dat Anderson soms erg kort door de bocht gaat, en dat het de moeite waard is om gegeven formules eens door te rekenen.